Verblijf als ondernemer op basis van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (DAFT) en Nederlands- Japans Handelsverdrag
Op grond van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (DAFT) uit 1956 komen Amerikanen op vrij eenvoudige wijze in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige zonder dat hun beoogde onderneming een wezenlijk Nederlands belang hoeft te dienen en zonder dat de ondernemer een minimuminkomen hoeft te verdienen. Wel moeten zij een ‘aanzienlijk kapitaal’ uit eigen vermogen in hun onderneming investeren (minstens €4.500,–) en moeten zij van plan zijn daadwerkelijke ondernemingsactiviteiten te ontplooien. De echtgenoot en kinderen van de Amerikaanse ondernemer, ongeacht hun nationaliteit, komen ook in aanmerking voor afhankelijke verblijfsvergunningen.
Op grond van het Nederlands-Japans Handelsverdrag uit 1912 komen Japanners ook in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige onder dezelfde soepele voorwaarden als Amerikanen.
Franssen Advocaten is gespecialiseerd in het Vriendschapsverdrag en het Handelsverdrag en heeft al velen Amerikanen en hun gezinsleden door deze procedures geloodst en kan hen adviseren welke (praktische) stappen zij moeten nemen om rechtmatig verblijf in Nederland te verkrijgen.
Kunstenaars
Kunstenaars hoeven geen economisch belang van Nederland te dienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, wel een cultureel belang. Dit culturele belang, dat beoordeeld wordt door het Ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap blijkt uit het feit dat een belangrijke culturele instelling in Nederland de aanwezigheid van de kunstenaar nodig heeft voor een toekomstige activiteit. Franssen Advocaten kan u verder adviseren over hoe het culturele belang van een kunstenaar getoetst wordt.
Read about Entrepreneurship in the Netherlands in English





