/
    • Spoedverhuizing door Brexit?

      31/01/2019 | Nieuws
    • Uit de nieuwsbrief van de Rechtbank Amsterdam:

      Agenda 31 januari 16.00 uur

      Mag de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het verblijfsrecht van een 27-jarige Britse vrouw in Nederland beëindigen omdat zij in Groot-Brittannië werkt? Over die vraag buigt de rechtbank zich. De vrouw is op 2-jarige leeftijd met haar ouders in Nederland komen wonen. Haar verblijfsrecht is gebaseerd op het recht van de Europese Unie (EU). De IND wil dat verblijfsrecht beëindigen omdat zij meer dan twee jaar niet in Nederland woont. Nu Groot-Brittannië mogelijk de EU verlaat op 29 maart 2019, vreest de vrouw dat zij haar verblijfsrecht alleen kan behouden door halsoverkop terug te verhuizen naar Nederland. Zij verliest dan haar goede baan als onderzoekster aan de universiteit van Liverpool. Zij verzoekt de voorzieningenrechter daarom met spoed aan het Europese Hof van de EU te vragen of haar verblijfsrecht verloren gaat door tijdelijke afwezigheid uit Nederland. De IND wijst erop dat de gevolgen van Brexit voor Britse onderdanen in Nederland nog onduidelijk zijn.

      In deze zaak is Jeremy Bierbach de advocaat van de Britse vrouw. Omdat zijn cliënte ruimschoots heeft aangetoond dat zij vaker op bezoek komt in Nederland, onder meer bij haar eveneens Britse ouders die nog in Nederland wonen, stelt Bierbach dat er geen sprake van is dat haar recht op duurzaam verblijf ‘verloren [is gegaan] door een afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit het gastland’, om de formulering te gebruiken van art. 16 lid 4 van Richtlijn 2004/38, de EU-wetgeving die bepaalt wat de verblijfsrechten van EU-burgers zijn. Een verdere vraag voor het Europees Hof is: gaat dit recht, als het eenmaal verworven is door een EU-burger, verloren als de lidstaat van nationaliteit van de EU-burger (het Verenigd Koninkrijk) uit de Europese Unie treedt zonder een uittredingsovereenkomst die voorziet in verblijfsrechten voor Britse burgers in EU-landen?